“Ik voel me als een vis in het water op deze praktijkschool”
Babette Schreven is een duizendpoot. Na een eerdere start op de Pabo besloot ze voortijdig een andere afslag te nemen en vond ze haar voldoening in de retail. Ze was jarenlang filiaalmanager van een modezaak, waarbij ze onder andere nieuwe medewerkers en stagiaires begeleidde. Toen ze opnieuw voor de keuze kwam te staan wat ze met haar werkleven wilde, kwam het onderwijs weer in beeld. Haar ondernemende ervaring en oprechte betrokkenheid bij leerlingen maakt haar tot een veelzijdig professional. Haar missie is om jongeren te laten ontdekken wie ze zijn, wat ze kunnen en hoe ze hun plek in de samenleving vinden.
Van aanpakken weten
Mijn ouders werkten beiden in de zorg, dus die aandacht voor mensen heb ik van begin af aan meegekregen. Ze zijn recht door zee en vonden het altijd prima om hard te werken. Als je doet wat je leuk vindt, dan voelt het ook niet als werk. Zo sta ik er ook in. Zolang het je energie geeft, lekker aan de slag blijven. Mijn vader is 72 en werkt nog steeds met plezier. Thuis was er gezellige bedrijvigheid en ik heb een fijne schooltijd gehad. Ik zat op de Lorentz Scholengemeenschap in Arnhem, wat nu Lorentz Lyceum heet. Heb wel een jaartje langer over de havo gedaan, omdat ik zoveel andere dingen leuk vond dan leren, zoals sporten.
Over de drempel
Na de havo ging ik naar de Pabo. Na drie jaar bedacht ik echter dat ik mezelf niet voor de klas zag staan. Ik ben gestopt en ben toen als verkoopster in de winkel doorgegaan, waar ik al een bijbaantje had. Van daaruit groeide ik door naar filiaalmanager. Ik was niet de beste verkoopster, maar het opleiden en begeleiden van stagiaires en nieuwe medewerkers ging me goed af. Op een gegeven moment kregen we te horen dat de winkelketen failliet ging, dat ze voor mij nog wel een plek hadden in de doorstart, maar dat mijn team zou worden ontslagen. Dat kon ik niet accepteren. Ik heb me toen vrijwillig aangemeld om ook af te vloeien. Heel spannend zo’n besluit om afstand te nemen van de zekerheid van een vaste baan, maar het was achteraf een ‘blessing in disguise’. Anders was ik nooit op deze school terecht gekomen.
De stap naar het onderwijs
Met het besluit om te gaan heroriënteren vroeg ik me af wat ik écht leuk vond in mijn werk en welke weg ik zou moeten bewandelen om voor mezelf iets nieuws te creëren. Ik werd er altijd blij van om jonge mensen verder te helpen in werk en zelfstandigheid. Mensen te zien groeien, die gaandeweg steeds meer vertrouwen krijgen en verantwoordelijkheid pakken. Dat is waar ik op ‘aanging’. Ik solliciteerde op een vacature docent detailhandel in het praktijkonderwijs. Met mijn drie jaar Pabo, veel praktijkervaring en een beetje lef werd ik aangenomen. Ik moest nog wel een officiële lerarenopleiding gaan volgen om mijn bevoegdheid te halen. Het was niet mijn eerste keus, maar dat werd economie. Voor mij te theoretisch, ik geloof in levensecht leren, in leren door te doen.
Dit past bij mij
Ik voel me als een vis in het water in het praktijkonderwijs. Hier werk ik met leerlingen met een ‘rauw randje’, die wat hebben meegemaakt of die op een andere school niet tot hun recht komen, jongeren die niet in standaardhokjes passen. Dat betekent dat je geen standaard onderwijs kunt aanbieden. Het is constant maatwerk, kijken naar wat iemand wél kan. Creatieve oplossingen vinden en flexibel zijn. De uitdaging zit in het vinden van de juiste route naar werk voor een leerling. Het helpt dat ik een groot netwerk heb en de praktijk van de retail goed ken. Ik zie dat voor veel leerlingen de schoolse lesstof niet beklijft. Die moeten ervaren en beleven. Die leren in de praktijk van het werk zelf. Aan de kassa, in gesprek met klanten, door te presenteren en te plannen. Ik zag een jongen op school de ene dag worstelen met een opdracht en de volgende dag staat hij klanten te knippen in een barbershop. Dat geeft je toch te denken.
De rollen die ik combineer
Ik ben naast docent detailhandel, mentor en stagebegeleider ook schoolopleider. Dat betekent dat ik studenten van de HAN begeleid die de lerarenopleiding doen. Dat vind ik hartstikke leuk en doet me denken aan mijn tijd als filiaalmanager. Dat je jonge mensen mag begeleiden in hun ontwikkeling. Het vraagt wel alertheid van mijn kant, want ik ben hun rolmodel. Uiteindelijk wil je natuurlijk dat ze niet alleen modelleren wat ik voordoe, maar dat ze hun eigen weg vinden. Het combineren van verschillende rollen geeft mij geen stress. Ik ben gewend om om te gaan met piekmomenten en druk.
Praktijkervaring is goud waard
Ik denk dat er veel meer vakmensen uit het bedrijfsleven in het onderwijs zouden moeten komen. Niet alleen omdat ze een ondernemende mentaliteit hebben en verantwoordelijkheid voelen voor hun vak, maar ook omdat ze concreet toepasbare kennis meenemen en leren betekenisvol kunnen maken voor leerlingen. Bovendien is hun aanpak veel geloofwaardiger dan wanneer je bepaalde praktijkkennis probeert over te brengen vanuit een lesboek. Leerlingen leren waaróm ze iets doen. Ze zien het nut. Ze bouwen zelfvertrouwen op en ontwikkelen werknemersvaardigheden. Dat is de basis voor duurzame uitstroom. Wil je vakmensen voor het onderwijs interesseren, dan moet je het behapbaar maken. Gebruik hun vakkennis, leer ze pedagogiek en didactiek, maar stop ze niet allemaal in hetzelfde keurslijf.
Waar ik het voor doe
Ik wil leerlingen toeleiden naar betekenisvol werk dat bij ze past. Dat houdt in dat ze weten wat ze kunnen en wat niet, dat ze een realistisch en positief zelfbeeld hebben en dat ze het belangrijk vinden om te blijven leren. Voor studenten geldt vooral dat ik bij hun wil aanwakkeren dat ze iedere leerling echt zien. Zonder vooroordelen. Dat ze iedereen een nieuwe kans geven. Soms duurt ’t even om te beseffen wat écht bij je past. Soms moet je daarvoor uit je vertrouwde omgeving stappen, zoals dat bij mij het geval was. Het heeft mij in ieder geval veel gebracht. Ik zou niets liever willen dan dit.










