Naar de inhoud

"Ik wil leerlingen een bredere blik op de wereld meegeven."

Tijmen Schmitt geeft geschiedenis en Afrikaans op het Lorentz Lyceum in Arnhem. Hij is een leraar met een uitgesproken hart voor mensen, verhalen en taal. Zijn pad naar het onderwijs verliep allesbehalve rechtlijnig: van een jeugd vol verhuizingen en een onveilige middelbare schooltijd, via het leger, commerciële banen en een leven in Nieuw-Zeeland, naar een laat gevonden roeping voor het leraarschap. Hij is iemand die leerlingen écht ziet en hun nieuwsgierigheid aanwakkert. Door zijn vakbevlogenheid, energie en humor en niet te vergeten zijn ‘smuntjes’ ritueel maakt hij een blijvende indruk bij veel leerlingen. Wat hem drijft is geschiedenis tot leven brengen, jongeren een blik gunnen op de wereld én zichzelf en betekenisvolle verbindingen smeden.

Waar ik vandaan kom

Ik ben geboren in Amsterdam, maar groeide op in Hoogezand-Sappemeer, waar mijn vader in de scheepsbouw ging werken. Mijn basisschooltijd daar was veilig en overzichtelijk. Dat veranderde toen mijn ouders heimwee kregen en naar Alkmaar verhuisden in de zomer dat ik naar de middelbare school ging. De overgang van dorpsschool naar een grote scholengemeenschap met tweeduizend leerlingen was enorm. Ik kende niemand, had een accent en voelde me zichtbaar anders. Het was luidruchtig en ouderejaars hadden de gewoonte om jongere leerlingen uit te testen door hete stuivers naar ze toe te gooien. Die ervaringen hebben uiteindelijk wel bijgedragen aan wie ik ben geworden en hoe ik nu les geef. Ik zie wat leerlingen nodig hebben die zich soms wat verloren voelen.

De geboorte van een traditie

In die Alkmaarse jaren verzamelde ik de stuivers die door de school vlogen. Eerst uit eigen initiatief, later ook omdat iedereen wist dat ik ze spaarde. Het leverde me duizenden munten op. Jaren later boorde ik er een gaatje in en maakte ik er koordjes aan vast. Elke leerling die mijn klas verlaat, krijgt zo’n smuntje, een muntje van Schmitt.

Het is een klein ritueel, maar met een grote betekenis. Ik wil ermee zeggen dat we samen op pad zijn geweest en dat je met je mee mag dragen wat we hebben gedeeld in de geschiedenislessen. Soms kom ik een oud-leerling tegen die zegt: “Kijk meneer, ik heb ’m nog.” Dat is toch fantastisch. Het is een verbinding die blijft.

Zoeker, zwerver, leerling

Ik wilde na mijn middelbare school piloot worden, maar werd keer op keer afgekeurd. Daarna ging ik in militaire dienst, werd VN-soldaat in Egypte, studeerde economie en werkte jaren in commerciële functies. Maar gelukkig werd ik er nooit. Samen met mijn vrouw emigreerde ik uiteindelijk naar Nieuw-Zeeland om daar opnieuw te beginnen. Ik werkte in een ijsfabriek en op een varkensboerderij. In dat jonge land merkte ik hoe sterk ik cultuur en geschiedenis miste. Zo kreeg mijn liefde voor de verhalen uit het verleden juist daar opnieuw een impuls. Terug in Nederland bedacht ik me: ‘Nu moet ik iets doen wat ik echt wil’. Zodoende ben ik begonnen met de lerarenopleiding geschiedenis.

Waarom geschiedenisleraar?

Geschiedenis is voor mij het vak dat je ogen opent. Het laat zien dat niets vanzelfsprekend is en dat alle ontwikkelingen in het heden ooit ergens vandaan zijn gekomen. Dat de wereld gemaakt is door mensen en dus door mensen kan worden veranderd. Als docent mag ik het verleden tastbaar maken voor leerlingen en hen op die manier enthousiast maken voor alles wat ons verbindt. In verhalen, rituelen, kunst, architectuur. In tijden van oorlog en vrede.

Mijn start als docent en mijn master

Via de LOI rondde ik in snel tempo mijn tweedegraads opleiding af, liep stage in Zutphen en kreeg daar mijn eerste baan op een kleine, hechte school waar ik vijftien jaar met plezier heb gewerkt. Om ook in de bovenbouw les te kunnen geven, haalde ik in Tilburg mijn master Geschiedenis. Het was een feest om examenklassen te mogen begeleiden en leerlingen langer te volgen. Maar de school liep leeg en ging uiteindelijk richting opheffing. Dat deed pijn, want ik kende er generaties leerlingen.

De overstap naar het Lorentz Lyceum

Toen het Lorentz Lyceum in Arnhem mij na een eerder goed gesprek belde met de vraag of ik halverwege het jaar kon instromen, stond ik voor een pijnlijk dilemma. Ik had drie eindexamenklassen en ik voelde me verantwoordelijk voor mijn leerlingen. Maar ik besefte ook dat deze baan een zeldzame kans was. Dus besloot ik de overstap te maken. Sindsdien werk ik met enorm veel plezier op deze professionele school. Ik heb veel jonge collega’s, er zijn volop kansen voor ontwikkeling en er wordt hier gewerkt met tweetalig onderwijs.

Afrikaans, ’n taal wat in my hart woon

Mijn liefde voor Afrikaans ontstond al als tiener toen ik op Schiphol een vliegtuig van South African Airways zag en op televisie president De Klerk Afrikaans hoorde spreken. Ik vond het een prachtige taal en ben hem zelf gaan leren. Ik verzamelde boeken, schreef brieven (waaronder eentje die in 1992 in Beeld verscheen) en ik correspondeerde met tientallen Zuid-Afrikanen. Later reisde ik meerdere keren naar het land en raakte ik nog verder verknocht aan de taal. Op het Lorentz gaf ik aan dat ik naast geschiedenis ook Afrikaans beheers. Nu geef ik als enige docent in Nederland Afrikaans als keuzevak aan hoogbegaafde leerlingen (OPUS). Het staat gewoon op het rooster. Een journalist uit Zuid-Afrika kwam er zelfs over schrijven.

Wat mij energie geeft

Wat ik fijn vind in het lesgeven, is het contact met de leerlingen, de band die we opbouwen. Waar ik van kan genieten, is als leerlingen zelf nieuwsgierigheid tonen, leren kijken met een open, onderzoekende blik, als ze voelen dat geschiedenis gaat over mensen zoals zij. Geschiedenis gaat voor mij over samenleven, over ervaringen die je betekenis geeft. Ik neem graag objecten mee uit mijn eigen ‘museum’ en nodig leerlingen uit om selfies te sturen bij plekken waar geschiedenis voelbaar is. Ik ben niet de alwetende docent, maar wil samen met de klas een leerreis maken. Ik vind het belangrijk dat zij zich gezien voelen en dat ze zichzelf mogen zijn. Dat ben ik ook. Door die openheid heb ik vrijwel nooit ordeproblemen.

Wat wil je verder ontwikkelen?

Mijn energie bewaken. Ik geef 100% en dat kost me soms teveel kruim. Gelukkig leer ik steeds beter mijn energie te doseren. Niet alles hoeft perfect te zijn. Misschien dat AI hierbij nog eens behulpzaam kan zijn, maar dat moet ik nog gaan ontdekken. Het zou mooi zijn als ik me daardoor nog meer kan focussen op verbinding, vakinhoud en contact.