"Ik wist al als kleuter dat ik docent wilde worden."
Geworteld in een hechte gemeenschap
Docent Geschiedenis, werkplekbegeleider, leerling- en docentcoach, maar ook amateurvoetballer, tonprater en sfeermaker. Al die rollen weet Koen schijnbaar moeiteloos en met veel enthousiasme te combineren. Koen groeide op in Ysselsteyn, een klein dorp in Noord-Limburg met iets meer dan tweeduizend inwoners. Een dorp waar mensen elkaar kennen, waar generaties met elkaar optrekken en waar vrijwilligerswerk geen keuze is, maar vanzelfsprekend. Die context heeft Koen gevormd. Niet alleen in wat hij doet, maar vooral in hoe hij kijkt naar samenleven, verantwoordelijkheid nemen en het belang van betrokkenheid. De waarden die hij daar meekreeg – saamhorigheid, inzet voor de gemeenschap en oog voor elkaar – lopen als een rode draad door zijn leven en werk.
Opgroeien met verantwoordelijkheid en vertrouwen
Ik ben dankbaar dat ik een heel fijne jeugd heb gehad. In onze kleine gemeente was er een vanzelfsprekende verbinding. Tussen jong en oud, werk en vrije tijd, plezier en verantwoordelijkheid. Vrijwilligerswerk was een rode draad voor me. Bij de voetbalclub in het dorp en vooral bij Jera, een jongerensoos waar ik als kind al elke donderdagavond kwam. Dat was een plek waar dingen mochten die thuis soms niet konden, waar je verantwoordelijkheid kreeg en waar alles draaide op vrijwilligers. Niemand deed het voor geld; iedereen deed het omdat het ertoe deed. Die cultuur heeft mij geleerd dat je samen dingen draagt. Dat je je inzet niet ziet als last, maar als iets wat je doorgeeft. Inmiddels zit ik zelf in het bestuur, ga ik al jaren mee als leiding op kamp en zie ik hoe generaties na elkaar instappen. Dat besef – dat je bouwt op wat er al is – heeft mijn kijk op onderwijs en ontwikkeling sterk beïnvloed.
De weg naar het onderwijs
Mijn schoolloopbaan verliep redelijk vanzelf. Op de basisschool ging het me gemakkelijk af; op de havo was ik vooral bezig met leuke dingen buiten school, dus toen heb ik wel een tandje bij moeten zetten. Toen ik me oriënteerde op een vervolgstudie had ik onderwijs al op mijn lijstje staan. In eerste instantie ben ik bij de Pabo gaan kijken, maar ik zag al snel dat ik niet met jonge kinderen wilde werken. Het leek me interessanter om docent op een middelbare school te worden. Dan kun je echte gesprekken met jongeren voeren, het samen over dingen hebben die je bezighouden, maar ook een beetje keten en lachen. Geschiedenis trok me al vroeg. Dat kwam vooral door opa en oma. Die namen me mee naar het oorlogsmuseum in Overloon. Ik vond dat intrigerend. Documentaires, de verhalen van vroeger, die brachten het verleden dichtbij. Een inspirerende docent levensbeschouwing gaf uiteindelijk de doorslag. Ik zag hoe hij een ‘stoffig’ vak levendig kon maken, dus toen bedacht ik: nou dan kan ik dat met geschiedenis ook.
Geschiedenis tot leven brengen
Als docent wil ik vooral dat leerlingen met plezier naar mijn lessen komen. Ook als ze geschiedenis lastig vinden. Ik vind het een uitdaging om de brug te slaan tussen onderwerpen uit de geschiedenis en de eigen leefwereld van leerlingen. Het helpt om er wat humor in te brengen dan. En om voorbeelden te gebruiken uit de actualiteit. Zo krijgt leerstof betekenis en kunnen we gesprekken voeren over begrippen als democratie, macht en conflict. Alles wat we vandaag normaal vinden, zoals kiesrecht voor vrouwen, was 100 jaar geleden niet vanzelfsprekend. Ik geloof sterk in leren van het verleden. Of het nu gaat om slavernij, de Holocaust, staatsburgerschap of actuele conflicten. Verhalen, beelden en context maken geschiedenis invoelbaar. Ik ben niet zo van het ellenlang voorbereiden en plannen van lessen. Ik improviseer liever, voel aan wat een klas nodig heeft en leg dan onverwachte verbanden. Soms merk ik dat social media een zekere angst teweeg brengen, bijvoorbeeld toen Rusland Oekraïne binnenviel. Dan is dat een goede aanleiding om het over geopolitiek te hebben.
Relatie als basis voor leren
Ik sta nu voor het vijfde jaar voor de klas. Inmiddels heb ik al heel wat materiaal gemaakt dat ik in mijn lessen kan inzetten. In totaal geef ik les aan 280 leerlingen van vmbo-tl tot vwo. Wat mij typeert als docent, is dat ik veel aandacht besteed aan een goede relatie met leerlingen. Ik ben mezelf, maak contact, luister en neem leerlingen serieus. Juist daardoor lukt het vaak om ook ‘lastige’ leerlingen te bereiken. Als de relatie klopt, verandert gedrag. Als coach van een vmbo-t3-klas besteed ik veel aandacht aan loopbaanoriëntatie. Projecten als Betuwe on Stage zijn daarin van grote waarde. Tijdens dat evenement presenteren tussen de 100 en 150 beroepsbeoefenaren zich aan de leerlingen. Die krijgen van te voren instructie om zichzelf te ‘verkopen’, visitekaartjes af te geven en een eigen stageplek te regelen. Zo ontdekken ze wat bij hen past of juist niet. Dat zelf ervaren is onbetaalbaar.
Samen leren en vooruitkijken
Binnen school werken we in hechte teams en investeren we in didactisch coachen. De lijntjes zijn kort, de verantwoordelijkheid gedeeld. Die cultuur past bij mij. Voor de toekomst zie ik mezelf vooral als docent: dicht bij leerlingen, met ruimte om te blijven ontwikkelen in rollen die energie geven. Niet als manager, maar als iemand die verbindt, organiseert en inspireert. Wat ik leerlingen wil meegeven, is simpel maar wezenlijk: leer kijken, stel vragen, neem verantwoordelijkheid en ontdek wat bij je past. Want ontwikkeling begint daar waar je je gezien voelt en durft te groeien. Met een enthousiaste, open en sociale houding kan je erg veel voor elkaar krijgen in je leven”










