"Ik ben van nature gericht op groei, van mezelf, mijn team en van leerlingen."
Karl is teamleider in het voortgezet speciaal onderwijs, verbonden aan een school voor leerlingen van 12 tot 18 jaar met gedragsvraagstukken, waar ook een gesloten jeugdinrichting is gevestigd. Zijn persoonlijke ontwikkelpad is een toonbeeld van hoe je kunt blijven groeien en verdiepen. Blijven groeien, leren en verantwoordelijkheid nemen, dat is wat Karl kenmerkt. Als docent in het VSO ontwikkelde hij een fascinatie voor gedrag, motivatie en leerprocessen en sinds enkele jaren is hij nu werkzaam in de schoolleiding. Kennis en theoretisch inzicht ziet hij als een belangrijke basis, maar dit krijgt volgens hem pas waarde door de betekenis in de praktijk, de manier waarop je werkt aan relaties en maatwerk. Samen met zijn team zet hij zich in om leerlingen weer perspectief te bieden.
Telkens een level verder komen
Na de basisschool rondde ik mijn vmbo-tl af op het Titus Brandsma College in Velp. Daarna koos ik voor de CIOS (opleiding tot sportleider) en vervolgens voor de ALO aan de HAN, de opleiding tot docent lichamelijke opvoeding. Van huis uit heb ik meegekregen dat hard werken loont en dat je veel kunt bereiken als je je daarvoor inzet. Ik was een fanatieke zwemmer en ik deed aan waterpolo. Het ging me niet zozeer om de competitie. Ik voelde telkens de behoefte om mezelf te verbeteren. Discipline en verantwoording nemen waren waarden die ik meekreeg en die me hebben gevormd. Ik leerde dat je invloed kon hebben op je toekomst door een eerste stap te zetten, door gewoon te beginnen. Met een lerarenbeurs haalde ik aan de Open Universiteit mijn master Onderwijswetenschappen en uiteindelijk heb ik de opleiding schoolleider vakbekwaam gedaan bij Penta Nova.
Sport als leerschool
Sport leerde mij omgaan met groei en terugval, maar ik ontdekte al snel dat sport voor mij vooral een middel was, geen doel. Wat ik interessant vond, was hoe mensen groeien in zelfvertrouwen, samenwerking en doorzettingsvermogen. Die vormende kant in sport sprak me vooral aan. En dat maakte dat ik daar ook in het onderwijs meer mee wilde doen. En juist in het speciaal onderwijs is dat heel dankbaar. Ik besefte dat succeservaringen voor mij als brandstof dienden om een volgende ontwikkelstap te zetten. Ik vind het fijn om ergens heel goed in te zijn, om me competent te voelen in wat ik doe. Diezelfde dynamiek geldt ook voor de leerlingen op onze school: leren begint wanneer je merkt dat iets lukt.
Op zoek naar de bron van leren
Wat mij erg interesseert is de vraag: wanneer gaat een iemand leren? Naast mijn werk als schoolleider doe ik ook onderwijsonderzoek, onder meer naar de kwaliteit van de relatie tussen studenten en onderwijsprofessionals. Een van de inzichten uit dat onderzoek is dat wanneer leerlingen zich competent voelen, hun leermotivatie merkbaar toeneemt. Wanneer verandert weerstand in nieuwsgierigheid? Wat heeft iemand nodig om stappen te zetten? Die vragen gelden voor leerlingen maar ook binnen teams: hoe zorg je ervoor dat professionals elkaar blijven versterken en samen blijven leren? Mijn overtuiging is dat kennis je op het juiste spoor zet, maar dat je in de onderlinge relaties het verschil maakt.
Mijn jaren als docent
Onze leerlingen hebben veelal complexe gedrags- en opvoedvraagstukken. Hier red je het niet met uitsluitend didactiek. Dit is puur pedagogisch werk: vertrouwen winnen, veiligheid creëren, grenzen stellen én aanmoedigen. In de zeven jaar als docent zocht ik altijd aansluiting bij wat een leerling nodig had. Waar wordt iemand nieuwsgierig van?Welke succeservaring kan ik nú creëren? Wat maakt leren voor dit kind betekenisvol? Zelfs korte trajecten konden een enorme impact hebben. Soms werkte ik maar één week met een leerling en tóch zag ik meer rust, meer interesse, meer contact, meer zelfvertrouwen. Elke stap telde.
De bijzondere school waar ik werk
Ondanks dat we hier te maken met stevige issues bij onze leerlingen en belemmerende thuissituaties ervaren onze leerlingen onze school als veilig. Dat zit niet in regels, maar in oprechte aandacht. Leerlingen van de gesloten jeugdinrichting verblijven op het terrein waar ook de school staat. Instroom en uitstroom is het hele jaar door en leerlingen blijven gemiddeld zes tot acht maanden bij ons. Soms zetten we onderwijs voort dat zij elders begonnen waren; soms bouwen we samen een volledig nieuw leertraject.
De stap naar leidinggeven
Ik vond het prachtig om voor de klas te staan, maar ik merkte dat ik het strategisch denken en verantwoordelijkheid nemen steeds interessanter begon te vinden. Ik wilde me bezighouden met visie- en teamontwikkeling, met curriculumkeuzes en roosterontwerp, sturen op grotere lijnen. Nu doe ik dat als teamleider samen met mijn directeur voor 41 collega’s, leraren, ondersteuners en gedragswetenschappers.
Wat mij energie geeft
Ik ben ontzettend blij met dit team. Collega’s staan letterlijk voor elkaar op. Er is saamhorigheid en er wordt continu bij elkaar ingecheckt. Ieder kan vanuit eigen kwaliteiten bijdragen en collega’s staan open om van elkaar te leren. Er is een cultuur van vertrouwen. Collega’s lopen gemakkelijk even binnen als ze iets willen bespreken. Waar we naar streven is dat leerlingen nieuwsgierig zijn, dat ze plezier krijgen in leren, vertrouwen ontwikkelen in wie ze zijn en dat ze perspectief gaan zien. Het diploma is dan niet eens het belangrijkste. Het is winst als ze veilige relaties hebben ervaren, zich gezien voelen en weer wat zachter de wereld ingaan. Ik hoor erbij. Ik kan leren. Ik heb toekomst. Dát is waar ik elke dag voor werk.










