Naar de inhoud
Docent economie Ben Helmus, op het Dorenweerd College tijdens het lesgeven.

"Ik heb veel gekregen van het onderwijs. Nu wil ik helpen het sterker te maken."

Van vroege ambitie naar betekenisvol onderwijs

Ben Helmus was als kind al heel ambitieus. Op de basisschool presteerde hij uitstekend, was leergierig en sterk gericht op het behalen van goede resultaten, niet alleen voor zichzelf, maar ook om zijn ouders trots te maken. Maar ondanks zijn hoge cijfers bezorgden rapportmomenten hem buikpijn. Hij mocht versneld en verrijkt werken, kreeg een atheneum advies en begon vol vertrouwen aan het tweetalig vwo in Nijmegen. Dat paste bij zijn ambitie en nieuwsgierigheid, maar in het derde jaar moest hij overstappen naar de havo vanwege een belemmerende thuissituatie. Die onveiligheid maakte dat zijn prestaties onder druk kwamen te staan en hij uiteindelijk langdurig uitviel. Desondanks maakte hij de school af en ging hij als 17 jarige op zichzelf wonen. ‘Achteraf besef ik dat ik toen veel te vroeg volwassen moest worden.’ De ervaringen uit die tijd hebben ertoe geleid dat hij bovengemiddeld oog heeft voor leerlingen die zich net als hij soms moeten ontworstelen aan omstandigheden die het leren belemmeren.

Economie en de weg naar het onderwijs

Ik had al op jonge leeftijd een gezin, verdiende de kost met verschillende baantjes, maar dat vaste contract waarop ik hoopte, bleef uit. Toen hoorde ik dat je extra studiefinanciering kon krijgen als je voor een kind zorgt. In overleg met mijn vrouw besloot ik toen om de lerarenopleiding economie te gaan doen. Dat betekende zuinig aan doen en alles op alles zetten. Ik heb zelfs m’n trouwring verkocht om studieboeken te kopen. Dat ik economie als vakgebied koos had vooral te maken met mijn fascinatie voor wat mensen beweegt. Hoe maak je keuzes in schaarste? Zat daar zelf middenin. Kunnen modellen voorspellen hoe de markt zich ontwikkelt? Hoe bedrijven en consumenten zich gedragen? Ik wilde begrijpen waarom mensen doen wat ze doen, hoe middelen worden aangewend om groei te realiseren. Hoe ziet het huishoudboekje eruit van een organisatie, van de samenleving? Juist dat spanningsveld tussen rationaliteit en menselijkheid sprak me aan. Dat is ook de reden dat ik geen econoom in het bedrijfsleven wilde worden, maar docent. Het onderwijs bood mij stabiliteit, voorspelbaarheid en de kans om betekenisvol te zijn.

Leerlingen zien en versterken

Wat mij drijft, is dat ik de ontwikkeling van leerlingen in hun context wil zien. Ik weet wat het is om veel mee tee maken. Dat helpt mij om het gedrag van leerlingen te begrijpen en te zien wat iemand nodig heeft om tot leren te komen. Veiligheid, vertrouwen en relatie gaan altijd vóór inhoud. In mijn mentoraat zoek ik actief naar wat het leren belemmert. Daarbij ga ik ook de moeilijke gesprekken niet uit de weg, ook niet met ouders. Soms betekent dat leerlingen stimuleer om thuis uit te spreken wat uitgesproken moet worden. Dat kan heel lastig zijn, maar blijkt vaak heel bevrijdend en waardevol.

Energie uit het echte gesprek

Mijn vak komt tot leven wanneer leerlingen zich afvragen hoe de wereld werkt. Ik verbind economische en maatschappelijke theorie aan actualiteit en kom geregeld met prikkelende stellingen, met de uitnodiging om met tegenargumenten te komen. Ik wil dat leerlingen leren onderbouwen wat ze vinden. Als je dit dilemma tegenkomt, wat is dan jouw keuze en waarom? Het gaat niet om het standpunt op zich, maar dat ze leren denken, wegen en verantwoorden. Op die manier leren ze te vertrouwen op hun eigen oordeelsvermogen en kritisch denken. Je hoeft niet alleen maar te accepteren wat er zich aandient, je kunt ook besluiten om verantwoordelijkheid te nemen en vorm te geven aan je plek in de samenleving.

Constructieve rebel

Als ik kijk naar het onderwijs als sector, dan vind ik daar wel wat van. Volgens mij is het noodzakelijk dat er naast aandacht voor leerlingen ook gericht aandacht is voor de professional. Dat die écht centraal komt te staan: met ruimte, vertrouwen, kleinere klassen en leiderschap. Het mag wat mij betreft mensgerichter en bedrijfsmatiger. Misschien is het beroepsdeformatie, maar ik ben altijd gericht op verbetering. Ik stel kritische vragen, benoem wat niet werkt en zoek tegelijkertijd naar oplossingen. Dat doe ik in de klas, in teams en op beleidsniveau. Ik wil niet aan de zijlijn staan, maar van binnenuit bijdragen aan vernieuwing.

Voor de toekomst

Ik wil dat leerlingen later zeggen: ‘Die school heeft toch zin gehad.’ Ik wil dat zij leren denken, verantwoordelijkheid nemen en beseffen dat ze verschil kunnen maken. Dat zij als jongvolwassen burgers de wereld instappen met een kritische bril én empathie. Ik weet hoe bepalend onderwijs kan zijn voor je latere levensgeluk. Daarom neem ik verantwoordelijkheid om dat vuur brandend te houden. In de nabije toekomst zie ik mezelf meer meedenken over onderwijsvisie, leiderschap en systeemverandering. Niet weg van het onderwijs, maar dieper erin. Ik heb veel gekregen van het onderwijs. Nu wil ik helpen het sterker te maken.