"Ik doe mijn werk met hart en ziel en wil dat blijven ervaren."
Fu Qi Coenradie heeft een missie als docent lichamelijke opvoeding: leerlingen zien zoals ze zijn, veiligheid creëren en zelfvertrouwen versterken. Toen ze 1,5 jaar was vond ze een liefdevolle basis bij haar adoptie ouders in Delft waarbij vooral haar adoptiemoeder haar grote voorbeeld was, die als docent filosofie en theologie belangrijke waarden meegaf. Haar jeugd kenmerkte zich door een warme opvoeding, onvoorwaardelijke steun en een diepe interesse in persoonlijke groei. Het gaf kleur aan haar karakter en professionele houding. Als jonge leraar kiest ze dagelijks bewust voor authentiek docentschap. Haar werk staat volledig in het teken van de persoonlijke ontwikkeling van jongeren, fysiek, mentaal én emotioneel.
Mijn jeugd
Ik groeide op in Delft, waar ik op de Max Havelaar-basisschool zat tot groep 5. Daarna verhuisden we naar Oosterbeek, omdat mijn moeder als predikant een betrekking kreeg bij de remonstranten kerk in Oosterbeek. Zelf ben ik katholiek, omdat ik geïnspireerd raakte door het wereldbeeld van S.j. Dries van den Akker, die verbonden was aan het Stanislas college, waar mijn moeder lesgaf als theologie en levensbeschouwingsdocent. Wat me vooral raakte was de volledige acceptatie van mensen, zonder waardeoordeel. Onvoorwaardelijke liefde. Dat is nog altijd mijn morele kompas in het leven én in mijn werk.
Wat mij gelukkig maakte
Als kind was ik graag samen met ons gezin, met vrienden en andere kinderen die dezelfde hobby’s hadden. Ik was altijd actief en behoorlijk fanatiek. Of het nu ging om paardrijden, tennis, turnen, paaldansen of wintersport. Ik was vooral aan het ontdekken en leren. Nieuwsgierig naar hoe ik mezelf kon verbeteren. Persoonlijke groei was voor mij belangrijker dan winnen of beter zijn dan anderen. Die focus op ontwikkeling heb ik nooit meer losgelaten. In de groepen aan wie ik lesgeef, draait het voor mij ook om het zien en belonen van inzet.
De ALO en mijn sportieve vorming
Aan de ALO (Academie voor Lichamelijke Opvoeding) studeerde ik juist omdat sport voor mij een middel was tot persoonlijke ontwikkeling. Ik wilde geen topsporters opleiden, want dan was ik wel naar Papendal gegaan. Ik wilde jongeren begeleiden in hun groei: motorisch, mentaal en sociaal-emotioneel. Bij mij telt niet hoe hoog je springt, maar welke stap je vandaag zet ten opzichte van gisteren.
Wat ik heb moeten overwinnen
Mijn grootste leerproces ging over faalangst en perfectionisme. Lange tijd dacht ik dat alles perfect moest zijn. Dat verlamde me soms. Als iets niet vlekkeloos liep, durfde ik bijna niet verder. Ik heb moeten leren dat je fouten mag maken en dat je tevreden mag zijn met ‘goed genoeg’. Uiteindelijk is het dankzij te struikelen dat je leert rennen. Het is heel menselijk om zo nu en dan te moeten erkennen: bij mij lukt het ook niet altijd meteen. Je moet kunnen relativeren. Dat geef ik nu voor in de klas. Gaat een demonstratie niet perfect? Dan lach ik erom. Dat geeft leerlingen de veiligheid om het zelf ook te proberen.
Diverse groepen
Ik begeleid behoorlijk uiteenlopende doelgroepen, van vmbo-leerlingen van 13 jaar tot mbo-studenten van 25 jaar. Dat vraagt constant schakelen tussen structuur en vrijheid. Bij jongere leerlingen bied ik duidelijke kaders en vaste werkvormen, dan komt veiligheid door voorspelbaarheid. Bij oudere studenten werk ik veel meer samen. Dan passen we gaandeweg de les zaken aan en ontwikkelen we een nieuwe activiteit. De pedagogische basis is altijd hetzelfde, alleen de didactische vorm wisselt met de leeftijd en ontwikkelingsfase.
Authentiek voor de klas
Ik geloof niet in jezelf verstoppen achter een rol. Leerlingen voelen feilloos aan of je echt bent. Ik ben dus liever mezelf voor de groep, ook als ik een mindere dag heb. Dat nodigt leerlingen op hun beurt uit tot eerlijke reacties. “Mevrouw, ik heb vandaag zelf ook een rotdag.” En dan kunnen we een beetje rekening houden met elkaar. Ik zie het als mijn taak om leerlingen positief te waarderen. Soms hebben leerlingen thuis de nodige stress, en dan is het al fantastisch dat ze de discipline hebben gehad om op tijd op school te zijn. Door één zinnetje: “Wat fijn dat je er bent” kan zo’n leerling al heel anders aan de dag beginnen.
Zelfvertrouwen stimuleren
De gymzaal is een veilige haven, een plaats waar leerlingen kunnen ontladen, ontspannen en zichzelf zijn. Waar ze energie kwijt kunnen en als het nodig is zich even kunnen afreageren op materiaal. Mijn intentie is om zelfvertrouwen te versterken. Dat bouw je op door te benoemen wat wél lukt. Door los te laten én contact te houden. Ik maak graag vooruitgang zichtbaar en beloon elk klein stapje. Wat ook helpt is om wat humor toe te laten, om met elkaar te lachen als iets niet helemaal loopt zoals gepland.
Wat ik wil blijven ontwikkelen
Mijn nieuwsgierigheid blijft groeien. Ik denk steeds vaker aan een vervolgstudie richting psychologie of pedagogiek. Ik zou het mooi vinden om een methode te ontwikkelen waarmee we leerlingen nog beter kunnen ondersteunen én waarmee docenten zelf duurzaam sterk blijven. Ik vind het belangrijk dat ik mijn werk met hart en ziel blijf doen. Als dat ooit niet meer zo is, dan moet ik stoppen. Niet alleen voor mezelf, maar vooral voor mijn leerlingen. Ik hoop dat leerlingen mij zullen herinneren als iemand bij wie ze zich veilig voelden en waar ze zichzelf konden zijn. Mijn advies aan studiekeuzemakers? Loop mee. Ervaar hoe het onderwijs echt is. Als je een klik voelt met de leerlingen en met het vak, ga er dan voor.










