Naar de inhoud

"Ik zie het als mijn opdracht om leerlingen lessen voor het leven mee te geven."

Elske Ubbink groeide op in Millingen aan de Rijn, een dorp in de Ooijpolder vlak bij Nijmegen. Ze groeide op in een warm gezin waarin onderwijs vanzelfsprekend aanwezig was: haar vader werkte ruim veertig jaar in het basisonderwijs, waaronder op de Sint Martinus school waar Elske zelf leerling was. School was voor haar altijd een plek waar leren en samenleven hand in hand gingen. Die vanzelfsprekende gemoedelijkheid en het verlangen naar echt contact vormde het fundament onder haar latere keuzes.

Schooltijd: zoeken naar houvast

Mijn basisschooltijd heb ik als ongedwongen en prettig ervaren. Na twee brugjaren in Beek ben ik daarna naar het Canisius College in Nijmegen gegaan. Ik begon op het vwo, toen net het studiehuis werd ingevoerd waarbij je een profiel moest kiezen. Dat werd voor mij Natuur & Gezondheid. Ik vond het allemaal wel complex, had het gevoel dat we teveel in het diepe werden gegooid. Zelfstandigheid werd verondersteld en begeleiding bleef achter. Dat ging wringen. Ik liep daardoor vast in vijf vwo en kon uiteindelijk gelijk oversteken naar 5 havo. Voor mij was dat een keerpunt. De leerstof werd meer behapbaar en ik kreeg weer vertrouwen in mijn eigen kunnen. Als puber lag mijn plezier vooral in het sociale: vriendschappen, blijven hangen op school, samen feesten organiseren. Wat me uit die tijd vooral is bijgebleven, zijn niet zozeer individuele docenten, maar het informele contact in het algemeen, het gevoel ergens bij te horen. Ik denk dat ik daardoor nu zelf zoveel aandacht besteed aan het welzijn van leerlingen.

Omwegen en twijfel

Na de havo wist ik vooral één ding: ik wilde even níet studeren. Ik ging werken in de horeca en nam afstand van school. Pas later kwam het besef terug dat ik wél verder wilde leren. Ik koos eerst voor de stad. Ik dacht aan Enschede omdat mijn broers daar studeerden. En toen pas voor de studie Personeel & Arbeid. Al snel vroeg ik me af of ik dat echt wel wilde. Uiteindelijk werd het de HAN in Arnhem, maar de studie raakte me niet. Na een half jaar maakte ik de switch naar een laboratoriumopleiding in Nijmegen. De bèta-kant van biologie, scheikunde en natuurkunde paste goed bij mijn interesses. Toch liep ik tijdens mijn stages in het derde jaar vast. Het werk was inhoudelijk relevant, maar ik miste het sociale aspect. Ik miste de mens. Dat besef bracht me uiteindelijk, na jaren van hard ‘nee’ zeggen, toch richting het onderwijs.

De keuze voor biologie en het onderwijs

In 2007 begon ik aan de lerarenopleiding Biologie. Niet omdat ik daarin persé iets wilde neerzetten, maar omdat ik voelde: hier komt alles samen. Het vak was voor mij het voertuig voor waar ik werkelijk op ‘aan’ ga: de interesse voor gedrag van jonge mensen. Dat was mijn echte drijfveer. De eerste stages waren confronterend. Ik moest mijn taal leren versimpelen, schakelen in het omgaan met groepsdynamiek. Vakdidactiek combineren met klassenmanagement, gedrag, emoties. Dat is iets wat je niet uit boeken kunt leren, dat kun je alleen in de praktijk oefenen. En dat deed ik met plezier.

Worsteling en herstel

De zoektocht naar balans liep parallel aan mijn professionele ontwikkeling. In 2018 belandde ik in een burn-out. Onverwerkte emoties uit een eerdere relatie kwamen naar boven, juist op het moment dat ik verhuisde en opnieuw begon. EMDR-therapie hielp me om dat verleden een plek te geven. Het is er nog, maar het stuurt me niet meer. Die periode maakte me sterker, eerlijker naar mezelf en milder naar anderen.

Moeder, mens en professional

Ik ben nu bewust alleenstaand moeder van een zoontje van vier. Dat vraagt organisatie, planning en keuzes. Thuis is thuis. Die grenzen bewaak ik en dat helpt me ook op school. Ik neem mezelf mee de klas in en vertel in de regel open over hoe ik me voel, over wat er speelt. Zeker als ik daarin haakjes zie naar ontwikkelingsvragen van mijn leerlingen. Ik vind dat juist die kwetsbaarheid verbinding mogelijk maakt. En als ik op ‘uit’ sta merken ze dat feilloos. Dan is het contact anders.

Werken vanuit relatie en vertrouwen

In mijn werk op brugjaar Jan Ligthart stem ik voortdurend af op de identiteit en behoeften van leerlingen. Ik zie gedrag nooit los van context. Thuissituaties, ontwikkelingsfases, alles speelt mee. Door groeilessen, individuele begeleiding en aandacht voor sociaal-emotionele ontwikkeling help ik leerlingen stap voor stap vooruit. De winst zit niet in cijfers, maar in groei van zelfvertrouwen en het durven maken van fouten.

Wat ik wil meegeven

Ik wil leerlingen meegeven dat ze er mogen zijn. Dat ze zichzelf niet hoeven te verbergen en dat groei begint bij openheid. Dat ze leren ontvangen, leren delen en ontdekken dat kwetsbaarheid geen zwakte is. Ik wil leerlingen nieuwsgierig maken en stimuleren tot een lerende houding. Als ik daarin slaag, draag ik een stukje bij aan het vormgeven van hun toekomst.

Blijven ontwikkelen

De komende jaren wil ik blijven investeren in mijn eigen ontwikkeling. Me verdiepen in executieve functies, systemisch werken en leren leren. Stappen zetten om hogerop te komen heeft voorlopig minder prioriteit, ik wil vooral leerlingen beter begeleiden. Als ik zelf stevig sta, kan ik leerlingen die stevige basis ook bieden. Dat zie ik als mijn opdracht: lessen voor het leven meegeven, elke dag opnieuw.